Both ENDS


Paris Proof Export Support

Langzaam maar zeker wordt Nederland zich bewust van de noodzaak van het stoppen van klimaatverandering, en van de overgang naar een ‘klimaatneutrale economie’. In december 2015 ging ons land akkoord met het Klimaatverdrag van Parijs, waarin onder andere wordt gesteld dat de opwarming van de aarde beperkt moet blijven tot maximaal 2 graden Celsius. Steeds meer bedrijven verduurzamen hun productiemethoden en gaan over op hernieuwbare energie, om de negatieve gevolgen van hun activiteiten op het klimaat te minimaliseren of zelfs te stoppen. Steeds vaker klinkt de oproep om op korte termijn over te gaan  naar een nieuwe, groene en inclusieve economie.

 

Activiteiten in het buitenland

Maar Nederlandse bedrijven opereren niet alleen in Nederland, integendeel. De Nederlandse economie leunt van oudsher voor een heel groot deel op de export. Veel van onze economische activiteiten vinden plaats in het buitenland, en de negatieve gevolgen van die activiteiten zijn dan ook vooral dáár zichtbaar. In het verlengde van de inzet voor een groene en inclusieve transitie is aandacht voor het verduurzamen van Nederlandse activiteiten buiten onze landsgrenzen daarom essentieel.

 

Suape_Harbour

 

Ondersteuning vanuit de overheid

De Nederlandse overheid stimuleert de export van goederen en diensten op allerlei manieren, bijvoorbeeld met subsidies, belastingregelingen en, voor de zeer grote en riskante activiteiten in het buitenland, met exportkredietverzekeringen (zie kader). Both ENDS vindt dat deze publieke ondersteuning voor buitenlandse handel moet bijdragen aan duurzame ontwikkeling voor iedereen, en niet alleen aan gewin voor het Nederlandse bedrijfsleven. Dat betekent allereerst dat Nederlandse activiteiten in het buitenland altijd in lijn moeten zijn met de klimaatdoelen die in 2015 in Parijs zijn vastgesteld. Daarbij is het belangrijk dat Nederlandse activiteiten niet schadelijk zijn voor mensen en hun omgeving in de landen waar deze activiteiten plaatsvinden. 

 

Nederlandse baggerwerkzaamheden

De Nederlandse baggersector is een belangrijke afnemer van exportkredietverzekeringen. Vanwege de potentiele sociale en milieueffecten van baggerprojecten heeft Both ENDS in de afgelopen jaren samen met lokale partners ingezoomd op twee EKV gesteunde projecten van een Nederlandse baggeraar in de haven van Suape in de deelstaat Pernambuco in noordoost Brazilië. Hier zijn een toegangskanaal en een ruimte voor een nieuwe scheepswerf gebaggerd. Both ENDS en partners constateerden aanzienlijke schadelijke effecten van de uitbreiding van de zeehaven: koraal werd vernietigd, mensen werden uit hun huizen gezet, hun leefomgeving werd totaal verwoest, de visstand daalde enorm, zoetwaterbronnen werden vervuild, kortom de hele regio werd ontwricht. 

Nader bezien blijken de Nederlandse baggerwerken in de haven van Suape ook niet in lijn met de klimaatdoelen van Parijs. Integendeel: het toegangskanaal voor de haven moest worden uitgediept om grote olietankers de ruimte te geven hun lading af te geven voor een grote raffinaderij in de haven. De nieuwe scheepswerf wordt vooral gebruikt voor het bouwen van schepen die olie- en gaspijpleidingen voor de Braziliaanse kust in zee moeten leggen. De baggerwerken helpen dus vooral de fossiele sector in Brazilië vooruit. Voor meer informatie over de uitbreiding van de have in Suape en de lokale gevolgen, klik hier.

 

'Hoe kunnen exportkredietverzekeringen juist groene, duurzame transacties ondersteunen?' 

 

Wat is een exportkredietverzekering?

Nederlandse bedrijven verdienen veel geld met het exporteren van goederen en diensten overzee. Soms is het lastig zaken doen en loopt een bedrijf allerlei risico’s, bijvoorbeeld dat het niet betaald krijgt. Vooral voor kapitaalintensieve exporten en investeringen kunnen die risico’s heel groot zijn. Bijvoorbeeld omdat een overheid besluit dat het project toch niet doorgaat, of dat een lokale opdrachtgever in een ontwikkelingsland failliet gaat. Voor dit soort grote financiële risico’s kan een bedrijf niet altijd op de markt een verzekering krijgen. De overheid biedt dan, aanvullend op de markt, een zogenaamde exportkredietverzekering (afgekort ‘EKV’) aan. Het bedrijf betaalt een premie en de overheid betaalt in geval van schade het bedrijf uit. Omdat de overheid met deze verzekering garant staat voor het bedrijf, zijn private partijen zoals banken sneller bereid om te investeren en leningen te verstrekken.

_harbour_Brazil

Duurzame ontwikkeling voor iedereen

Vanwege het klimaatakkoord van Parijs zou de Nederlandse overheid vanaf 2020 alleen exportactiviteiten moeten ondersteunen die klimaatneutraal zijn en bijdragen aan duurzame ontwikkeling voor iedereen. Daar horen activiteiten zoals die in de haven van Suape niet bij. En dit is niet het enige voorbeeld. De EKV gesteunde Nederlandse export bestaat voor een groot deel uit de aanleg van havens, baggerwerkzaamheden en de bouw van varende olieplatforms. Allemaal activiteiten die de fossiele-brandstoffensector ondersteunen. Onderzoek van Both ENDS laat zien dat de Nederlandse overheid op grote schaal ondersteuning verleent aan dit soort exportactiviteiten. Sommige van die projecten hebben enorme schadelijke gevolgen voor lokale gemeenschappen en het ecosysteem. Moet de Nederlandse overheid dit soort activiteiten blijven ondersteunen? Wij vinden van niet.

 

Groene Nederlandse economie

En nu? De overheid zou zich af moeten vragen met welke sectoren ze geld gaat verdienen in een economie waarin duurzame energie centraal staat. En zijn exportkredietverzekeringen eigenlijk wel nodig in zo’n economie? En zo ja, hoe kunnen exportkredietverzekeringen juist groene, duurzame transacties ondersteunen? Als Nederland een groene en inclusieve economie wil moet ze veel meer inzetten op energie-efficiëntie, energiebesparing, duurzame mobiliteit en zon- en windenergie. Het wordt tijd dat we de overgang naar een klimaatneutrale economie ook in ons handels- en investeringsbeleid serieus gaan nemen. 

 

Cover Paris Proof-small

 

'Tot nu toe vindt geen politieke discussie plaats over de mate waarin de Nederlandse overheid via ADSB de fossiele-brandstoffensector ondersteunt.' 

 

 

Wie is vanuit de overheid verantwoordelijk?

Het Ministerie van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor het beleid van de exportkredietverzekeringsfaciliteit en verleent uit naam van de Nederlandse staat de verzekeringen. Het deelt de verantwoordelijkheid met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De uitvoering van het beleid ligt bij Atradius Dutch State Business (ADSB). Dit is een dochterbedrijf van Atradius Group, een privaat bedrijf waarvan de aandelen in handen zijn van twee Spaanse verzekeringsbedrijven, en dat gespecialiseerd is in handelskredietverzekeringen, garantiestellingen en schuldenincasso. ADSB bekijkt alle aanvragen, adviseert de ministeries en voert de verzekeringen uit. De overheid verleent op deze manier voor miljarden euro’s per jaar verzekeringen en garanties voor transacties. 

 

Waar komt de exportkredietverzekering vandaan?

Exportkredietverzekeringen ontstonden net na de Eerste Wereldoorlog, toen voor veel overheden de wederopbouw van de economie het belangrijkste speerpunt was. Bedrijven gingen steeds meer zaken doen in het buitenland en de overheid wilde dit graag ondersteunen. Om haar export te ondersteunen, begon Nederland in 1932 exportkredietverzekeringen te verlenen.

 

Welke andere landen verlenen exportkredietverzekeringen?

De meeste rijke landen hebben een exportkredietverzekeraar, en steeds meer opkomende economieën richten er een op. Hoe ze precies zijn ingericht, verschilt per land. De door de overheid ondersteunde exportkredietverzekeraars van rijke landen, zoals ADSB, spreken met elkaar regels en richtlijnen af in vergaderingen bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs.

 

Tweederde naar de fossiele-energiesector

In het Klimaatverdrag van Parijs wordt onder andere gesteld dat de opwarming van de aarde beperkt moet blijven tot maximaal 2 - liefst 1,5 - graden Celsius. Dat betekent dat alle bewezen fossiele reserves in de grond moeten blijven. Tussen 2012 en 2015 ondersteunde de Nederlandse overheid het uit de grond halen van deze brandstoffen jaarlijks met verzekeringen en garanties ter waarde van miljarden. Niets wijst er op dat het beleid nu anders is.

 

Both ENDS maakte een analyse van alle transacties van ADSB in de periode 2012-2015, waaruit bleek dat ADSB voor een totaal van € 7,3 miljard projecten verzekerde die relateren aan de fossiele-brandstoffensector. Dat is tweederde van de totale waarde die ADSB in die periode verzekerde. Bijna alle verzekeringen die energieprojecten ondersteunen, zijn gerelateerd aan fossiele brandstoffen; slechts 1% gaat naar projecten voor hernieuwbare energie. De enorme ondersteuning voor de fossiele-brandstoffensector bemoeilijkt de energietransitie die nodig is in het licht van het Parijsakkoord.

 

Het Ministerie van Financiën is primair verantwoordelijk voor het beleid van ADSB en het parlement heeft een belangrijke toezichthoudende rol. Tot nu toe vindt geen politieke discussie plaats over de mate waarin ADSB de fossiele-brandstoffensector ondersteunt en hoe dit in lijn gebracht kan worden met de afgesproken klimaatdoelen. Op dit moment wijst niets erop dat de Nederlandse overheid het gebruik van publieke middelen ter ondersteuning van de fossiele-brandstoffensector problematisch vindt.

 

 

cmp3.10.3.3Lq4 0xbd3f8ad3

Foto: FPSO_door PAC op Flickr

 

Dragen exportkredietverze-keringen bij aan ontwikkeling?

Omdat handeldrijven in ontwikkelingslanden financieel risicovol is, verzekert ADSB juist vaak dergelijke transacties. In het kader van het overheidsbeleid om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) van bedrijven te bevorderen, heeft ADSB een speciaal MVO-beleid dat negatieve effecten op het gebied van milieu en mensenrechten moet voorkomen. Het primaire doel van ADSB is echter het bevorderen van de eigen export, niet het bevorderen van duurzame ontwikkeling in de landen waar de transacties plaatsvinden. Niet het ontwikkelingsbeleid, maar de vraag van Nederlandse exporteurs en hun zakenpartners is leidraad. 

 

Een aanzienlijk deel van de bilaterale schulden die veel ontwikkelingslanden kwetsbaar maken, blijkt voort te komen uit schades op eerder verleende exportkredietverzekeringen. Indien een exporterend bedrijf niet is betaald, en de exportkredietverzekering de opgelopen schade heeft vergoed, probeert de overheid achter die verzekering de betreffende schade op het betrokken ontwikkelingsland te verhalen. Omdat het meestal gaat om omvangrijke transacties, drukken deze vorderingen vaak zwaar op de bestedingsruimte van ontwikkelingslanden. 

 

Offshore en maritieme zaken

De steun van ASDB voor projecten in de fossiele-brandstoffensector gaat voor het overgrote deel (92%) naar de offshore en maritieme sector. Bijvoorbeeld naar scheepswerven die ‘pijplegschepen’ bouwen en varende boorplatforms, de zogenaamde ‘Floating Production, Storage en Offloading ships’ (FPSO’s). Of naar baggeraars om kanalen uit te baggeren van havens die speciaal worden gebouwd voor de overslag van fossiele brandstoffen, of naar bedrijven die de kust opspuiten en uitbreiden zodat er olieraffinaderijen op gebouwd kunnen worden. De exportkredietverzekeringen aan Nederlandse exporteurs van dergelijke projecten leveren zodoende een grote bijdrage aan de uitbouw van de infrastructuur van de wereldwijde olie- en gasketens.

 

ADSB verzekert in deze sector enorme bedragen per project: in 2015 werd zelfs één verzekering afgegeven met een verzekerde waarde van ruim 1 miljard euro. Deze verzekering werd afgegeven voor de bouw van een FPSO, die gebruikt wordt voor het winnen van olie in de diepzee voor de kust van Brazilië.

 

 

Kost het ons belastinggeld?

Nee, de exportkredietverzekeringsfaciliteit levert de Nederlandse staatskas in recente jaren geld op. Bij de OESO is afgesproken dat exportkredietverzekeraars kostendekkend moeten zijn. Dat betekent dat de uitvoeringskosten en schades van de EKV volledig gefinancierd moeten worden uit inkomsten aan premies en rente die door de klanten worden betaald. Volgens de laatste beleidsdoorlichting is de Nederlandse EKV ruimschoots kostendekkend geweest sinds 1999: de inkomsten bedragen 362 miljoen meer dan de uitgaven plus voorzieningen.

 

1Fig-4_NL

 

 

'Het afbouwen van exportkredietverzekeringen ter ondersteuning van de fossiele-

brandstoffensector moet natuurlijk geleidelijk gaan. Maar we kunnen de discussie erover niet langer uitstellen.'

 

Publieke middelen

Investeren in een toekomst die draait op de winning van fossiele brandstoffen, wordt door exportkrediet-verzekering steun aantrekkelijk gemaakt voor private bedrijven en banken. Deze praktijk strookt niet met de verplichtingen die overheden zijn aangegaan in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs. Both ENDS realiseert zich dat het afbouwen van exportkredietverzekeringen ter ondersteuning van de fossiele-

brandstoffensector geleidelijk moet gaan. Maar we kunnen de discussie over de manier waarop deze uitfasering moet worden vormgegeven niet langer uitstellen. Gezien de dringende noodzaak om klimaatverandering te bestrijden, doet Both ENDS met dit rapport een beroep op de Nederlandse regering - vooral het Ministerie van Financiën - en Nederlandse parlementariërs, een plan te maken waarin heldere doelstellingen en stappen worden geformuleerd voor het afschaffen van exportkredietverzekeringen voor de fossiele brandstoffensector.

 

Hoe gaan financiële instanties bijdragen aan klimaatdoelen?

In een motie die in mei 2016 in de Tweede Kamer werd aangenomen, wordt de Nederlandse overheid gevraagd om afspraken te maken over hoe financiële instanties een bijdrage gaan leveren aan de klimaatdoelstelling om onder 1.5 graden Celsius te blijven. Met de motie vraagt de Tweede Kamer de regering om de financiële sector bij haar inspanningen in die richting te ondersteunen, en te onderzoeken hoe het inzicht kan worden vergroot in de ‘klimaatintensiteit’ van leningen en investeringen van Nederlandse financiële instellingen.

 

 

 

 

Wat vindt Both ENDS en wat doen we om dat te bereiken?

Vanwege het publieke karakter van het instrument ‘exportkredietverzekeringen’ vindt Both ENDS dat de overheid transparant moet zijn en volledige openheid van zaken moet geven over hoe ze ingezet worden. De Nederlandse overheid moet de rechten van lokale gemeenschappen in de landen waar verzekerde projecten plaatsvinden beschermen en waarborgen dat die gemeenschappen vanaf het begin mee kunnen denken bij de vormgeving ervan. Daarnaast moet aantasting van kwetsbare ecosystemen zoveel mogelijk worden voorkomen. De overheid heeft ook de verantwoordelijkheid om te zorgen dat het beleid en de verzekeringen van ADSB in lijn zijn met de bredere ontwikkelings- en klimaatdoelstellingen van de Nederlandse overheid. Samen met lokale partners brengt Both ENDS zorgen en suggesties rond specifieke projecten onder de aandacht van beleidsmakers, en zet ze zich in voor nationale en internationale verbeteringen van het beleid van exportkredietverzekeraars. 

 

In lijn met bovengenoemde motie roept Both ENDS de Nederlandse regering en de Tweede Kamer op om ervoor te zorgen dat de exportkredietverzekering van ADSB aansluit op de klimaatdoelen van het Parijs Akkoord:

  1. Rapporteer vanaf 2017 met duidelijke, begrijpelijke en openbare informatie over alle exportkredietverzekeringen voor handelstransacties die bijdragen aan de fossiele brandstofsector én over de voortgang in het verlagen van het volume van dit soort transacties in de portefeuille van ADSB. Hierbij moet worden aangesloten bij bestaande initiatieven voor ‘carbon disclosure and accounting’. De Franse wet voor het introduceren van verplichte ‘carbon disclosure’ voor beursgenoteerde bedrijven en ‘carbon reporting’ voor institutionele beleggers dienen als voorbeeld. De Nederlandse regering moet zorgen dat ADSB zich aansluit bij het Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) en nauwlettend bewaken en rekening houden met het werk van de Werkgroep Klimaatrisico's, onder het Platform voor Duurzame Financiering.
  2. Stel een ambitieuze datum - bij voorkeur 2020 – waarop alle exportkredietondersteuning uitsluitend gericht is op transacties die bijdragen aan koolstofarme en klimaatbestendige ontwikkelingen.
  3. Stel een ambitieuze einddatum – bij voorkeur 2020 - om alle exportkredietondersteuning uit te sluiten voor transacties die ontwikkeling en gebruik van fossiele brandstoffen bevorderen.
  4. Start de uitfasering met het beëindigen van ondersteuning voor nieuwe infrastructuur projecten ten behoeve van de winning, transport en verwerking van fossiele brandstoffen.
  5. Promoot het opstellen van een uitsluitingslijst voor fossiele brandstof gerelateerde projecten (kolen, olie en gas) die door alle ECAs bij de OESO moet worden aangenomen.

 

Links:

 

Both ENDS schreef ook nog over ECAs in relatie tot:

 


Nl
En

schrijf u in
  • Small_Grants.png
  • knop_voor_website_v3.png
  • _ParisProof_new.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • 160916_palmolieknop.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • schrijf u in